De Eurovelo 1-route slingert zich een weg door Europa, van de kille Noordkaap naar het broeierige zuiden. Het laatste gedeelte van deze 11.000 km lange route doorkruist het land van fado, portwijn en pastéis de nata. Van rollende golven die zachtjes het okergele zand kussen in de Algarve, tot majestueuze rotskliffen die uitkijken over de Atlantische Oceaan aan de westkust. De Portugese kuststreek biedt een imposante setting voor een onvergetelijk fietsavontuur.
Op een zonovergoten lentedag besloot ik samen met enkele goede vrienden Portugal te gaan verkennen op twee wielen. Na maanden van anticipatie was dat moment nu éindelijk aangebroken. Onze reis begint in het pittoreske Vila Real de Santo António, een stad tegen de Spaanse grens waar de rivier de Guadiana de zee ontmoet. Hier start ons avontuur dat ons in net geen drie weken tot het meest noordelijke puntje van Portugal zal brengen. Een tocht van zo’n 1.160 kilometer, verdeeld in een achttiental étappes. Eerst zullen we met onze volgeladen fietsen de Algarve doorkruisen, vooraleer noordwaarts te trekken richting Spanje.
Zoutmeren en moerassen
Een warme zomerzon begeleidt ons via verschillende toeristische badplaatsen richting Olhão, een charmant vissersstadje. Met zijn talrijke restaurantjes is het de perfecte plek om te genieten van vers gevangen vis, geserveerd in een levendige, lokale sfeer. De straten bruisen van activiteit en nodigen uit om verder te verkennen, wat we op onze eerste avond ook met plezier doen.
Een steenworp verderop schitteren de salinas – kleurrijke zoutmeren die lijken alsof ze rechtstreeks uit een schilderij van Monet komen. Vlak daarnaast verwelkomt het Parque Natural da Ria Formosa ons. Een labyrint van eilanden, moerassen en zandbanken. Het is bovendien een paradijs voor vogelliefhebbers, een genot voor de ogen.
Langs kliffen en gouden stranden
De Algarve staat bekend om zijn gouden stranden en indrukwekkende kliffen, en elke kilometer die we dichter bij Lagos komen, begrijpen we dat almaar beter. Lagos is een charmant stadje dat je zeker moet bezocht hebben. Het is niet zomaar een plek voor een snelle foto, maar een bestemming die de ziel van de Algarve belichaamt, en voor velen een hoogtepunt van hun reis naar de Portugese zuidkust. Om die reden kan het er in het hoogseizoen soms bijzonder druk zijn.
Maar, de kliffen rond Lagos zijn simpelweg adembenemend. Stranden als Praia Dona Ana en Praia do Camilo, zijn niet alleen prachtig om te zien, maar bieden ook een rustige ontsnapping uit de drukte van het levendige stadscentrum. De Ponta da Piedade is een natuurlijk meesterwerk. Het is een indrukwekkend natuurwonder met torenhoge kalkstenen kliffen, goudkleurige rotsen temidden smaragdgroene wateren. Samen met Tijs beslis ik de rotsformatie met een kajak van dichterbij te gaan bekijken. Maar je kan er ook voor kiezen om met sup-board of bootje te nemen.
Na genoten te hebben van de lokale keuken in Lagos, trekken we ’s anderendaags verder richting Praia da Falesia, een klif die zowel indrukwekkend is in omvang als in schoonheid. Praia da Falesia strekt zich uit over kilometers met fijn, goudkleurig zand, geflankeerd door opvallende rode kliffen die een scherp contrast vormen met het helderblauwe water van de Atlantische Oceaan. De kalme golven zijn bovendien ideaal voor een ontspannen duik.
Op naar het ruige Sagres
De trip vanuit Lagos naar Sagres is simpelweg betoverend. Je hebt het gevoel te ontsnappen aan de (zomer)drukte terwijl je met je tweewieler over klifpadjes richting het westen rijdt. Ik voel me effectief kalmer worden. Het is alsof je een geheim stukje Portugal ontdekt, ver weg van de toeristische hotspots, waar de natuur nog steeds de boventoon voert.
Plaatsen als Luz en Burgao zijn als verborgen juweeltjes, en voor de avontuurlijke zielen is er een klifpad tussen deze twee stadjes. Dit pad volgt niet het officiële Eurovelo-traject en is misschien wat uitdagender, maar het uitzicht is elke pedaalslag waard.
Bij aankomst in Sagres worden we begroet door een erg stevige wind en de krachtige golven van de oceaan, alsof de zeegod Poseidon besloot zijn kracht te tonen. Een absolute aanrader is een bezoekje aan de Farol do Cabo de Sao Vicente, gelegen op de daadwerkelijke hoek van het Portugese vasteland en een geweldige plek om te genieten van een onvergetelijke zonsondergang boven de oceaan. Wij overnachten in de nabijgelegen Orbitur-camping, waar goede vibes en koude drankjes de perfecte afsluiting vormen van een avontuurlijke dag.
En nu noordwaarts!
De volgende vier dagen rijden we noordwaarts richting Setúbal. Het traject bestaat uit tal van grindpaden en er staat veel wind. We blijven in de buurt van de kust, maar we rijden er niet vlak langs af. Af en toe worden onze ogen echter wel verwend met zicht op de ruwe Atlantische oceaan en diens golven die inslaan op enorme kliffen, zoals bij Praia da Bordeira vlak bij Carrapateira, een slaperig dorpje vooral geliefd bij surfers, zo’n twintigtal kilometer boven Sagres. De beukende golven zijn ontzagwekkend in dit gedeelte van Portugal, en dat zal de hele tocht noordwaarts niet veranderen. We zoeken een camping in de buurt van Aljezur, waar een relaxte, kalme sfeer heerst.
Bij dageraad trekken we onder een blakende zon verder en verlaten we de Algarve. We zullen fietsen door een gebied dat gekend staat voor zijn land- en tuinbouw. Maar eerst stoppen we in Odeceixe om te lunchen. Odeceixe is een erg charmant en kalm aanvoelend dorpje vol witte huizen, gelegen op een heuvel langs de rivier Ribeira de Seixe. De perfecte tussenstop om even op adem te komen.
Tussen enorme velden en serres, en door zand en duinen, zetten we onze weg verder in de richting van Vila Nova de Milfontes. Omdat we geen Eurovelo-bordjes meer tegenkomen – op de hele reis is de route slechts sporadisch aangegeven met deze bordjes – beslissen we om via GPS de route verder te zetten. Maar al snel komen we tot de constatering dat die ons door stukken los (duin)zand stuurt, wat zelfs met een tweewieler met dikke banden niet te doen is. We werken sommige gedeeltes dan ook te voet af. Ik zie mijn metgezel Tijs mopperen terwijl hij zijn zware tweewieler door het zand ploegt. Het kan helaas niet altijd kermis zijn.
De liters zweet die dat veroorzaakt kunnen we gelukkig wegspoelen op de (erg verzorgde) camping in Vila Nova de Milfontes, onze eindhalte voor de dag. ‘Milfontes’ is een klein, levendig stadje met een prachtig zicht op de brede monding van de Mira-rivier. Het is tevens de perfecte plaats om de innerlijke mens te verwennen met de smaak van verse gegrilde vis. Jeroen kiest voor de dourado en wij volgen zijn voorbeeld. Tevreden klinken we onze glazen. Bom apetite!
Het onbekende en onbeminde Setúbal
De volgende twee dagen brengen iets minder aantrekkelijke lange, rechte banen en een korte ferry-tocht ons naar Setúbal, een tamelijk grote havenstad die toeristen vaak links laten liggen. We laten ons verrassen en worden meegesleept in de levendige en authentieke sfeer die deze stad uitstraalt. Qua gevoel is Setúbal wat ruwer, vuiler en armer dan andere grote Portugese steden, maar dat maakt de stad goed dankzij zijn hartelijke inwoners, rijke geschiedenis en schilderachtige oude wijken die je terug in de tijd nemen.
We laden onze batterijen zowel letterlijk als figuurlijk op en maken ons klaar voor de ‘koninginnenrit’ van onze tocht. Een rit van een dikke 70 km die ons langs een smaragdgroene zee en via enkele pittige beklimmingen in het Parque Natural da Arrábida naar Cabo Espichel leidt.
Cabo Espichel is zowel historisch en geografisch belangrijk en dient al eeuwenlang als een oriëntatiepunt voor zeelieden. Van bovenop de kliffen heb je een adembenemend uitzicht op de Atlantische Oceaan. De gelijknamige knalrode vuurtoren kan een eeuwenoud klooster als buur beschouwen. En daar laten we de kans niet voorbijgaan om op het terrasje te genieten van de lokale Azeitão-kaas en een populair Superbock-biertje, vooraleer onze weg verder te zetten richting Lisboa, bij ons beter gekend als Lissabon.
Rollende golven
’s Anderendaags steken we de Taag over en komen aan in de hoofdstad. We beslissen er na een korte en hete stadswandeling niet te lang te blijven, want de Wereldjongerendagen met een bezoek van de Paus lokt een miljoen jongeren van over de hele wereld naar Lissabon en zet de stad in rep en roer. We zetten onze weg verder en duwen onze pedalen via Cascais naar Peniche. Deze regio is gekend om zijn goede golven en trekt surfers van over de hele wereld aan, en dat voel je. Ook in Peniche. Ooit een imposante vestingstad omringd door robuuste stadsmuren, is Peniche nu eerder een surfersparadijs. We laten de kans niet onbenut om ons tegoed te doen aan een lokale specialiteit: caracóis, een bord vol kleine slakjes in een bouillon van look, kruiden en olijfolie. Gepaard met een stuk brood zuig je het ene na het andere slakje naar binnen. Met volle maag en tevreden gemoed trekken we dan ook verder naar die andere surfhotspot, Nazaré.
In de winter tref je in Nazaré de grootste golven ter wereld aan, die tot meer dan dertig meter (!) kunnen worden. Het is de Big Wave Capital of the World. Om die reden is ook de iconische vuurtoren wereldberoemd, en het is een aanrader om van hieruit van de zonsondergang te genieten vooraleer je de stad induikt om te gaan eten. In Nazaré barst het bovendien van de visrestaurants, en als je wil kan je zelfs kreeft eten aan een democratische prijs.
Kliffen, stranden, duinen en de immer aanwezige oceaan domineren onze vergezichten terwijl we verder noordwaarts kabbelen. Het fietsen valt hier erg goed mee, al is er vaak geen fietspad voorzien. Gelukkig zijn de (meeste) Portugese autobestuurders erg galant voor fietsers, en geven ze je meer dan voldoende ruimte wanneer ze je passeren.
De magie van Porto
Via Figuiera da Foz, bekend om zijn brede stranden en casino, trekken we naar Aveiro. Vanwege de pittoreske kanalen en kleurrijke moliceiro-boten wordt deze stad ook wel eens het Venetië van Portugal genoemd, maar dat is voor ons toch een brug te ver. Wij kijken eerder uit naar het charmante Porto, en die gedachte doet onze gemiddelde pedaalslag per minuut alvast stijgen. Eenmaal aangekomen laten we een zucht van contentement ontsnappen.
Porto, genesteld aan de oevers van de Douro, is een stad waar het verleden en het heden hand in hand gaan. Versleten huizen, oude kerken en de typische kleurrijk betegelde gevels herinneren ons aan de eeuwenoude geschiedenis die de stad rijk is, maar tegelijkertijd bruist de stad ook van hedendaagse energie. Dat merk je onmiddellijk aan de levendige pleinen, trendy cafés en hippe zaakjes. De Douro-rivier, die ooit handelsschepen (en port) naar verre oorden leidde, weerspiegelt de kleurrijke gevels van de Ribeira-wijk. De ideale plek om op adem te komen na ongeveer 1.000 km fietsen. Wij nemen een verdiende dag pauze, bestellen enkele drankjes en ademenen de levendige sfeer van de stad in.
De laatste rechte lijn
Eenmaal vertrokken uit Porto beseffen we dat ons avontuur bijna ten einde is. Slechts een goeie honderdtal kilometer, opgedeeld in twee étappes, scheiden ons nog van de Spaanse grens, waar het eindpunt van de Eurovelo 1 gelegen is. We rijden door een streek waar de natuur in al haar facetten samenkomt: uitgestrekte zandstranden en duinen, dennenbossen en wouden, heuvels en fossiele kliffen, tal van rivieren en uiteraard… onze trouwe metgezel, de oceaan.
We stoppen nog even in Vila Praia de Âncora om op krachten te komen. Dit charmante stadje is een stille getuige van de rijke maritieme geschiedenis van Portugal en nodigt uit om te ontspannen en te genieten van het moment. Nog voor we in Caminha – het eindpunt – aankomen, dring ik aan om nog een plons te nemen op het parelwitte strand van Moledo beach. Vanaf hier kan je het Ínsua-fort zien, zo’n 200m van de kust. Dit 600 jaar oude bouwwerk ligt exact op de plek waar de Miño-rivier, die de grens vormt tussen Spanje en Portugal, de oceaan begroet.
Bij aankomst in Caminha zijn de gevoelens dubbel. Enerzijds zijn we triest dat dit onvergetelijke verhaal tot een einde is gekomen. Onze benen echter, slaken een zucht van opluchting. En terwijl we de zonsondergang over Caminha bewonderen, weten we dat elke pedaalslag, elke zweetdruppel en elke beklimming het waard was. Onze reis mag hier dan wel eindigen, maar de echo’s van dit avontuur zullen nog lang in onze oren naklinken.
___________________________
Terug naar boven

